Autorisaties API

API voor het beheren van autorisaties

Deze API laat toe om autorisaties van een (taak)applicatie te beheren en uit te lezen.

De API ondersteunt de volgende operaties:

  • Het toevoegen of wijzigen van een applicatie met client ids en van toegestane scopes
  • Het ophalen van de toegestane scopes bij een bepaald client id
  • Het verwijderen van een applicatie

Gegevensmodel

Gegevensmodel Autorisaties API

Specificatie van de Autorisaties API

Specificatie van gedrag

Alle operaties beschreven in openapi.yaml MOETEN ondersteund worden en tot hetzelfde resultaat leiden als de referentie-implementatie van het AC.

Het is NIET TOEGESTAAN om gebruik te maken van operaties die niet beschreven staan in deze OAS spec, of om uitbreidingen op operaties in welke vorm dan ook toe te voegen.

Run-time gedrag

De AC MAG bij de registratie van autorisaties die een of meer zaaktypen bevatten controleren of de zaaktypen bestaan. Merk op dat hiervoor het AC zelf geautoriseerd moet zijn om het ZTC te bevragen.

Uniciteit van client_ids (ac-001)

Een applicatie MAG zich met meerdere client_ids identificeren, waarbij er een client_id per provider gebruikt wordt. Als eenmaal een client_id aan een applicatie toegekend is, dan MAG dit client_id NIET opnieuw gebruikt worden. Een client_id identifieert uniek 1 en slechts 1 applicatie.

Autorisatiesspecificatie (ac-002)

Autorisaties MOETEN gespecifieerd worden op 1 van de volgende manieren:

  • opvoeren van Autorisatie-objecten bij een Applicatie, waarbij de vlag heeftAlleAutorisaties false is
  • het zetten van de vlag heeftAlleAutorisaties op true, waarbij er GEEN Autorisatie-objecten mogen opgevoerd worden

Filter parameters

Componenten ondersteunen het filteren van gegevens op basis van parameters in de querystring. Deze parameters MOETEN gevalideerd worden op het juiste formaat, net zoals inputvalidatie plaatsvindt bij een create of update.

Indien de validatie faalt, dan MOET de API antwoorden met een HTTP 400 foutbericht, waarbij de invalid-params key meer informatie bevat over de fout.

Indien een parameter wordt toegepast die niet in de OAS van de betreffende API staat, dan MOET de API antwoorden met een HTTP 400 foutbericht.

Overige documentatie